Intermezzo: Iets moet plakken!

“Tegen een ander iets zeggen: hoe kun je verwachten dat dat iets bewerkstelligt? De stroom van gedachten, beelden en gevoelens, die voortdurend door ons heen gaat heeft zo’n geweldige kracht dat het een wonder zou zijn als hij niet alle woorden die een ander zegt mee zou sleuren en aan de vergetelheid prijs geven als ze niet toevallig, heel toevallig, bij de eigen woorden passen. Heb ik ooit werkelijk naar iemand geluisterd? Hem met zijn woorden in me opgenomen zodat mijn innerlijke stroom van richting veranderde? It’s just talking. No meeting of minds!” (Pascal Mercier: Nachttrein naar Lissabon)

‘Luisteren heeft alles met gehoorzaamheid te maken’ zei de Benedictijner abt Christopher Jamison. ‘Obedience’ is afgeleid van ‘ob-audire’: naartoe-horen. ‘Uw toegenegen luisteraar’, zouden wij zeggen. (Christopher Jamison: Levenslessen van een abt)  Maar hoe toegenegen ik ook luister er moet raakvlak zijn, zodat een boodschap binnen kán komen.

Vader abt uit een klooster in Nepal zei treffend: ‘Wanneer er geen vragen zijn, hoef ik niets te zeggen.’ Dan ‘plakt’ immers geen enkele uitleg. (Hans Peter Roel: Ki)

Toen de conquistador Hernán Cortés in juli 1519 voor anker ging aan de oostkust van het rijk der Azteken was hij voor hen als een buitenaards wezen uit een ruimteschip. De Spanjaarden moesten wel goden of demonen zijn, die reden op de ruggen van grote angstwekkende dieren.

Zaken die geen aansluiting in mijn brein vinden zullen niet goed ‘plakken’. Het risico dat dergelijke opmerkingen verkeerd vallen zal óók veel groter zijn. Het is bijna onmogelijk om aansluiting te vinden bij iets waar je nog nooit van gehoord hebt, of wat je nog nooit beleefd hebt. Geen wonder dat we elkaar soms moeilijk kunnen volgen en dat pubers eerst willen ervaren alvorens de adviezen en wijze raad van hun ouders te kunnen begrijpen.

Je kunt iemand die blind geboren is niet uitleggen wat duisternis of licht is.

Reden genoeg voor mij om de dingen van verschillende kanten te benaderen, in de hoop dat een andere benadering wellicht beter plakt dan de eerste. Waar kunnen wij aansluiting vinden? Staat hiervan al iets in je brein, en heeft het je belangstelling?

 

Blog 15: Wij zijn twee onder een kap!

De eerste essentiële stap in onze levensbeschouwing is de acceptatie van ‘ego-plus’.  Een tweedeling binnen ons ‘ware ik’ in enerzijds ons niet-bewust ego annex brein, en anderzijds ons ‘zelfbewustzijn’. Wij zijn twee in één, twee onder een kap, ‘ego-plus’, een ritssluiting.

Hierbij hoort ook de rigoureuze verdeling in ‘bewust’ en ‘niet-bewust’. Het bewuste hoort bij ‘plus’, en het niet-bewuste bij ego, maar het brein van ego krijgt de ‘bewust’ gemaakte informatie weer onmiddellijk door van ‘plus’, waarvan het versneld kan leren. Telkens opnieuw kan ego zo zijn niet-bewuste overtuigingen en prioriteiten bijstellen.

De verdeling in een niet-bewust en een bewust deel in onszelf past dus perfect bij de verdeling tussen ego en plus. Ego is onbewust, maar inmiddels heel slim (Het slimme onbewuste. Ap Dijsterhuis), en plus is ‘het waarnemende zelfbewustzijn’ of ‘gewaarzijn’ dat zijn via ego verkregen informatie ten dele opnieuw meedeelt aan het ego-brein, dat wij niet ‘zijn’, zoals Swaab ten onrechte beweert, maar ‘hebben’. Bewustzijn biedt ego extra zicht op zichzelf en op zijn omgeving en nodigt uit tot her-evaluatie.

Ego beschikt over een heel ‘slim onbewuste’, en indien ‘plus’ niet zou bestaan, dan zou Swaab gelijk hebben en waren wij, net als onze verre voorouders, ons brein, maar zouden er alleen geen weet van hebben. Dan zou ook de vrije wil niet bestaan. Dan zouden wij net ‘zoiets’ zijn als een aap of een olifant, en al zeker niet ‘iemand’, maar een onbewust levend gewerveld zoogdier, dat reageert op gebeurtenissen.

Ego is, ook bij de mens, volledig afhankelijk van zijn fabrieksinstellingen, zij het bij ieder mens met een extra uniek, eigen wensenpakket. Mijn ego is afhankelijk van mijn opvoeding en mijn ervaringen. Het grote geluk voor ons mensen is dat wij zelfbewustzijn gekregen hebben, waardoor ons ego zichzelf bij een bewuste confrontatie kan evalueren, kan leren en evolueren.

Het niet-bewuste brein (ego) is te vergelijken met een geavanceerde Google zoekmachine, die bij vragen op zoek gaat naar de hem bekende antwoorden. Bewustzijn kan hierbij a.h.w. prioriteiten stellen, de zoekopdracht verfijnen en nieuwe creatieve opties in beeld doen brengen, welke door ego ingebouwd kunnen worden. Hierdoor zal ons brein steeds meer nieuwe mogelijkheden zien en creëren, bij kunnen leren en daarmee zijn bestand verruimen.

Intermezzo: IK BEN

 

                                                                                             IK BEN 

                                                                              EGO            –           PLUS                                        

                                                                          Lichaam                  Bewustzijn

                                                                           Geest                         Ziel ?

                                                                          Psyché *

                                                                     Niet bewust                  Bewust

                                                       Ego is als een computer  Plus ‘kan’ de computer bedienen

 

Misschien is onze ‘psyché’, dankzij de door bewustzijn bijgewerkte breinprogramma’s, nog wel het best te duiden als ‘de reeds door voortschrijdend inzicht getransformeerde en bezielde geest’, die toch thuishoort binnen Ego.

 

Tussentijdse conclusie

Omdat Dick Swaab stelde dat ‘wij ons brein zijn’, gingen we kijken naar de opbouw van ons brein. We konden vaststellen dat Swaab gelijk had tot het moment van de komst van ‘zelfbewustzijn’, want vanaf dat moment waren we méér dan ons brein.

De stelling van Descartes: “Ik denk dus ik ben” moet uitgelegd worden als: ‘Ik ben’ vooral doordat ik me bewust ben van het feit dát ik denk en waarneem. Dit sluit aan bij de uitspraak van Sartre: “Je kunt niet zijn wat je waarneemt.” Het is ‘de waarnemer’ van mijzelf die ziet dat ‘ik ben’, waarbij die laatste ‘ik’ mijn ego is. Misschien dat een dier ook denkt, maar hij kan dit niet waarnemen, omdat hij zelfbewustzijn mist.

De titel van deze weblog is opgedragen aan ‘deze waarnemer’, ‘de voyeur’. Pas wanneer we deze voyeur ontdekt of ‘betrapt’ hebben, weten we dat wij méér zijn dan ons brein of ons ego, namelijk ego-plus, ego plus zelfbewustzijn. Mijn ego, sinds jaar en dag slechts deels terecht ‘ik’ genoemd, naast het andere deel van mijn zelf, mijn zelfbewustzijn. We zijn ‘twee  zelven’, twee in één, ego-plus. De tweedeling van mijzelf in ‘IK’ en ‘mij’. Het zelf als de ‘kenner’ of waarnemer, en het zelf als het gekende of waargenomene. (William James)

Naast mijn ‘ik’ als ego is er dat tweede IK waarvan Alfonse Daudet zei:

“O, dat verschrikkelijke tweede ik, dat steeds blijft zitten terwijl het eerste staat, doet, leeft, lijdt en tekeergaat. Dat tweede ik , dat ik nooit van zijn stuk heb kunnen brengen, of aan het huilen of in slaap!  Zoals dat alles doorheeft! En overal mee spot!”

Deze tweedeling bleek ook parallel te lopen met de indeling in het ‘bewuste’ en ‘onbewuste’. Mij ego is net als bij nagenoeg al de voorgangers van de soort Homo ‘onbewust’. Het werkt als een vanzelf op de aard en omstandigheden reagerend wezen, vanuit een onbewust brein. De mens vormt a.h.w. de eerste uitzondering op deze regel doordat hij ook ‘bewust’ kan ‘waarnemen’ wat er gebeurd. Hij is zich van zichzelf bewust. Naast er eenvoudig te ‘zijn’ kan hij er ook ‘wezen’ zei Dirk de Wachter.

Met deze tweedeling als uitgangspunt en het besef twee in één te zijn, zullen we nu op zoek gaan naar of ‘ik en IK’ wel iets te willen heb, of wie er eigenlijk achter het stuur van mijn leven zit. Wie er eigenlijk denkt, en waar dat stemmetje in mijn hoofd vandaan komt.  

 

Intermezzo: praktische mededeling weblog

Inmiddels heb ik een groot aantal bruikbare tips ontvangen over deze weblog. Kennelijk is het te voortvarend om een tempo te hanteren van meer dan één Blog per week. Gevolg van mijn enthousiaste start is dat menigeen het niet goed bij kan houden. Dus wil ik gas terugnemen en me beperken tot een Blog per week.

Voorts hoorde ik dat het soms voor deze en gene wat moeilijk is. Omdat ikzelf met deze stof al tien jaar aan de slag ben denk ik juist vaak dat ik te eenvoudig bezig ben. Met andere woorden ik zal mijn best doen duidelijker te zijn, maar verzoek jullie om je vragen over stellingen en stukjes met een gerust hart te uiten. In werkgroepen bleek ook al dat de vragen van de een behulpzaam zijn bij het bgrijpen voor de ander.

Succes!

 

 

Blog 14: Ik ben Ego-Plus

Ego is mijn lichaam en mijn brein. Mijn brein is zelfs gelokaliseerd in mijn hele lijf, met 70 miljard cellen met een celmem-‘brain’, naast een buik-, hart- en hoofdbrein. Niet voor niets stelde Swaab: “Wij zijn ons brein, en Aristoteles zei al: “Er is niets in mijn brein wat niet eerst in mijn lichaam was.”

‘Plus’ wordt gevormd door ‘zelfbewustzijn’. Dit zelfbewustzijn vormt de basis voor mijn zogenaamd ‘bewuste’ brein. Zelfbewustzijn laat mijn brein van sommige zaken, af en toe, deelgenoot worden door bepaalde waarnemingen ‘bewust’ te maken en stelt mijn ego zo in staat om zijn denken te actualiseren en te heroverwegen om vervolgens anders te handelen dan eerder niet-bewust voorgesteld. Bewustzijn stelt door te focussen op bepaalde zaken mijn ego in staat om meer te leren dan onbewust gewend. De wil om te focussen wordt anderzijds mede door het onbewuste brein aangegeven.

Mijn ego wordt geleid door mijn fabrieksinstellingen en door mijn brein met zijn opgeslagen ervaringen, maar ook door de aandacht welke het onbewuste alsook het bewustzijn vestigt op in- en uitwendige omstandigheden en gebeurtenissen, waardoor de tot dan toe onbewuste waarnemingen, gedachten of gevoelens ook bewust gemaakt kunnen worden.

Als lid van de groep doet mijn ego van huis uit meestal anderen na. Wat men noemt een ‘mimetische’ begeerte, daarbij geholpen door mijn spiegelneuronen. Binnen dit gedrag is nauwelijks sprake van een eigen willen. Anderzijds word ik gestuurd door de omgevingsfactoren en mijn persoonlijk wensenpakket.

Maar ik ben niet alleen het pikkend vogeltje, maar ook het toeziend vogeltje. Ik ben twee in één. Ik ben als een rijdende auto: een auto met chauffeur, misschien ook wel een auto met GPS contact, die ook nog extern geïnformeerd wordt door dat voorgestelde 3e vogeltje. Maar ik ben twee in één, of twee onder één kap.

Anders te kunnen handelen dan niet-bewust is voorgesteld, betekent ook een zekere mate van ‘vrije wil’, omdat op de valreep soms nog anders beslist kan worden. Maar ofschoon mijn ego kan voorstellen te doen wat het op dat moment wil, is zijn keuze beperkt, omdat dit willen verankerd ligt in zijn ‘fabrieksinstellingen’, in zijn wensenpakket en zijn ervaringen tot dan toe, waardoor het ‘programma’ dat mijn brein draait bepaald wordt. Wie of wat de wensen van mijn ego bepaald heeft blijft vooralsnog nog een mysterie.